Wet en belofte

* De belofte kennen
* De betekenis van de belofte kennen
* De wet en zijn betekenis kennen

* Het FOS – kenteken en de FOS – kenspreuk kennen
* De geschiedenis van scouting kennen.

De belofte kennen

Ik beloof te trachten,
Goed samen te werken in onze groep,
te leven naar de scouts – en gidsenwet en
anderen te helpen waar ik kan.

De betekenis van de belofte kennen

De belofte wil zeggen dat je je inzet voor de groep waarin je scouting beleeft. Dit is op de eerste plaats je patrouille en de troep waar je deel van uit maakt. Inzet is meer dan goed en eerlijk meespelen met verschillende activiteiten. Het betekent ook dat je de handen uit de mouwen steekt als er – soms minder leuk – karwei moet opgeknapt worden.

Je belooft te helpen waar je en met de mogelijkheden die je hebt. Een voorbeeld : vis geen drenkeling uit het water als je zelf niet kunt zwemmen. Maar zoek direct hulp in de buurt. Dit is ook hulpvaardig zijn.

Probeer altijd volgens de belofte te leven, niet alleen in de wekelijkse vergadering, maar ook thuis, op school, nu en later want een scout/gids ben je voor het leven.

De wet en zijn betekenis kennen

Een gids, een scout is eerlijk en oprecht.

DWZ : je liegt niet en je hebt de moed om de waarheid te vertellen. Alles wat je zegt is ook zo en er mag dan ook niet aan jouw woord getwijfeld worden. Je laat ook niet toe dat er kwaad wordt gesproken over mensen die je in vertrouwen laten genieten.

Een gids, een scout eerbiedigt de overtuiging van de anderen.

DWZ : je blijft trouw aan jouw overtuiging maar je zult ook trachten de overtuiging van de anderen te begrijpen en te respecteren. Dit voor zowel mensen die samen met je in de troep als in de maatschappij leven.

Een gids, een scout maakt zich nuttig.

DWZ : je maakt je nuttig en dit niet alleen in troep – of patrouilleverband maar je maakt je ook nuttig voor elke gelegenheid. Om deze goede daad te stellen moet je soms je eigen veiligheid, comfort of plezier aan elkaar op offeren.

Een gids, een scout is een vriend van allen.

DWZ : je tracht een vriend te zijn van heel de wereld, tot welk land, ras of klasse (rijk of arm) de anderen ook behoren. Iemand die neerkijkt op mensen omdat deze anderen minder slim, minder rijk of een ander huidskleur hebben, hoeven wij niet.

Een gids, een scout is vriendelijk en hoffelijk.

DWZ : je bent altijd vriendelijk tegen anderen en in het bijzonder tegen bejaarden, kinderen en minderinvaliden. Het grof zijn tegen anderen laat je nooit toe en hoffelijk betekent ook dat je een spel kunt verliezen met een glimlach.

Een gids, een scout kan gehoorzamen.

DWZ : je moet kunnen gehoorzamen om alles in stand te houden maar dit niet alleen. Je moet je ook vrijwillig inzetten, vertrouwen hebben in de leiding en dit ook voor jezelf.

Een gids, een scout staat open voor de natuur en is milieubewust.

DWZ : de natuur is levensbelangrijk voor de mensheid. Je brengt veel tijd door in de natuur als gids/scout en je zorgt er dus voor dat je nooit bomen en/of planten zult beschadigen. Als gids/scout zorg je er ook voor dat dieren niet worden mishandeld en/of onnodig worden gedood.

Een gids, een scout houdt vol.

DWZ : je mag nooit opgeven, ook al heb je moeilijke momenten. Deze moeilijke momenten gaat een gids/scout niet uit de weg maar zal vastberaden zijn om deze moeilijkheden te boven te komen zonder dat jij je glimlach verliest.
Een gids, een scout is ijverig.

DWZ : je volbrengt altijd jouw taken zo goed en zo vlug mogelijk. Gemakzuchtige personen en lanterfanters hebben wij als gids/scout niet nodig.

Een gids, een scout is zelfbewust en heeft eerbied voor zichzelf en voor anderen.

DWZ : eerbied voor jezelf maar ook ten opzichte van anderen betuig je door zindelijk te zijn op jezelf en op je uniform, rein te zijn in je gedragingen, je woorden en je gedachten. Het niet eerbiedigen zoals anderen hun werk verknoeien, hun rust te verstoren of hen dwingen naar grofheid te luisteren hoort niet thuis in de wet. Een gids, een scout heeft een gezonde geest in een gezond lichaam.

Het FOS – kenteken en de FOS – kenspreuk kennen

De FOS – kenspreuk : Steeds Bereid !

De Lelie : het kenteken van scouting. De drie palmen herinneren je aan de drie punten van de belofte. Groen is de kleur van de hoop.

Klaverblad : het kenteken van de gidsen. Geel is de kleur van de rijkdom.

F.O.S. : de afkorting van Federatie voor Open Scoutisme.

Blauwe achtergrond : het kleur van ons uniform.

De geschiedenis van scouting kennen

Robert Stephenson Smith Powell, de stichter van de scoutsbeweging, werd geboren op 22 februari 1857 in Londen. Zijn vader was een dominee en professor van de meetkunde aan de universiteit te Oxford. Hij stierf toen Baden Powell pas 3 jaar was.
Uit eerbied voor haar man liet BP’s moeder later de voornaam van haar man : Baden, bij de achternaam voegen. Voor zijn moeder, die hij diep vereerde viel het dan ook niet mee om het gezin van 7 op te voeden.
Later liet hij zich zelf “kortweg” Lord Robert Baden Powell of Gilwell noemen. Dit zowel als een eerbetoon aan zijn vader als peter. Zijn peter was niemand minder dan Robert Stephenson, de uitvinder van de stoomlocomotief, daarvan zijn eerste namen.

Als kleine jongen was hij al iemand die het avontuur opzocht. In zijn school, “Charterhouse” zat hij meer in de bos om dieren te tekenen dan op de schoolbanken. En met zijn broers trok hij er regelmatig op uit met hun boot “The Kohinoor”. Veel geld om verder te studeren was er niet en op school was BP al geen hoogvlieger, maar BP wou geen enkele kans onbenut laten en behaalde 2 studiebeurzen die hem toelaten zijn studies verder te zetten.

Op 18-jarige leeftijd werd hij door zijn drang naar het avontuur aangetrokken door het leger. Toen hij in een dagblad las dat het leger een examen uitschreef om mannen aan te werven, die de soldaten in vreemde landen zouden leiden, besloot hij mee te doen. Hij deed mee met de ingangsexamen en slaagde met glans. Hij studeerde verder aan de militaire academie in Sandhurst en deed dienst in India, Afghanistan en Zuid – Afrika. BP, die ondertussen kolonel was geworden, was bij het ontstaan van de oorlog in Zuid – Afrika, in de geschiedenis bekend als de “boerenoorlog”. Het was 1899.

In 1903 keerde hij terug naar Engeland om benoemd te worden tot inspecteur-generaal van de cavalerie van Groot-Brittannië en Ierland. Al spoedig werd hij bevorderd tot luitenant-generaal. Hoewel hij ze bevochten had, waardeerde en bewonderde hij de boeren om hun hard, eenvoudig en dapper leven, om hun rotsvast geloof, hun vaardigheid in het verkennen, in woudloperij en het kamperen in open lucht. Hij wilde dat de jeugd van zijn vaderland zoveel mogelijk zou leven als die taaie, krachtige kerels en zoals die kolonialen en ontdekkingsreizigers die hij in Azië en Afrika had ontmoet.

Ondertussen werd zijn boekje “Aids to Scouting” door jeugdleiders, schoolmeesters, ... in praktijk omgezet. Zij zagen in dit boekje evenals in de prestatie van BP in Zuid - Afrika, een ideale inspiratiebron voor de opvoeding van de jongeren en gebruikten het voor het verzinnen van allerlei spelletjes. BP zag er dan ook de noodzaak van in om zijn boek “Aids to Scouting” te zuiveren van de militaire inslag en aan te passen aan de eisen van de jeugd. Hij zal zijn ideeën dan ook met enkele helpers uittesten op een proefkamp. Er werd een 10-daags kamp voor jongens voorbereid. Het grote avontuur van het eerste verkennerskamp en de start van Scouting was begonnen. In de vlaggenmast op het eiland hing de historische Union Jack, die ook in Zuid - Afrika had gewapperd. Toen BP met zijn ideeën voor verkennen voor jongens bezig was dacht hij eraan om een spel te maken en een trainingsschema, dat gebruikt zou kunnen worden door bestaande organisaties zoals de Boy’s Brigade en de jongens - clubs van de YMCA. Het liep echter volkomen uit de hand... Het kamp op Brownsea Island werd een geweldig succes. Het resultaat was de publicatie van: “Scouting for Boys”(1908).

Het ontstaan en uitbouw van scouting is geen alleenstaand gebeuren. In die jaren ontstonden er bvb. in Amerika meerdere soortgelijke jeugdorganisaties gericht op het openluchtleven en met als helden de indianen en woudlopers. Van groot belang is dat de beweging zich spontaan heeft uitgebreid eens dat BP zijn ideeën in boekvorm heeft vastgelegd.
BP gaf geen methodiek die gebonden was aan de plaatselijke tradities of gebruiken. Hij had ook geen leefregels opgesteld die voortkwamen uit één bepaalde godsdienst of voorschriften die samenhangen met de politiek van één bepaalde richting. Hij had niets anders gedaan dan vorm gegeven aan een levendig spel. En zo wordt in 1907 de “Boy Scout Associaton” gesticht die een stevige structuur ter beschikking stelden van beginnende groepen, met het hoofdkwartier in Londen. Op aandringen van koning Edward VII verlaat BP in 1910 het leger om zich volledig te wijden aan de ontplooiing van Scouting. Hij begint als het ware aan een tweede loopbaan.

In 1912 treedt hij in het huwelijk met Olave St. Clair Soames, geboren op 22 februari 1889 als een “rijkeluiskind” in het Victoriaanse Engeland. Ondanks het nogal opmerkelijke leeftijdsverschil van 32 jaar was het liefde op het eerste gezicht. Er kwamen 3 kinderen : Peter werd op 22 februari (de geboortedag van zijn ouders) 1913 geboren, Heather in 1915 en Betty werd in 1917 geboren.

Ondertussen zijn de ideeën van BP ook doorgedrongen in het buitenland en van dit ogenblik af reist BP van het ene land naar het andere om zijn systeem uiteen te zetten. Het feit dat scouting in vele landen enthousiast onthaald wordt doet bij BP de gedachte rijzen om er een wereldbroederschap van te maken. Nadat scouting in Rusland, Hongarije, Duitsland, Zwitserland, België en Nederland doorgedrongen was, begon BP met een internationale organisatie. In 1920 gaat de eerste wereldjamboree door te Londen waarop 27 landen zijn vertegenwoordigd. Het is op deze jamboree dat BP wordt uitgeroepen tot “World Chief Scout”.
Al in zijn latere werken neemt BP zelf afstand van de militaire oorsprong in de methodes van de verkennerij. Hij situeert scouting ook duidelijk als een internationale vredesbeweging. Toch zal het ook in het buitenland nog vele jaren duren voor het onderscheid tussen enerzijds een aantal militaire vormen en anderzijds de opvoedkundige waarden in de beweging duidelijk wordt.

In 1910 wordt ook de meisjesbeweging gesticht: de “Girl Guides” want meisjes waren even opgetogen over scouting als de jongens. BP vraagt zijn zuster Agnes het systeem aan te passen voor meisjes en een eigen beweging uit te bouwen. Die komt echter niet van de grond tot de vrouw van BP de zaak in handen neemt.

Er waren ook veel jongens van 8, 9 en 10 jaar die met de grotere meeliepen. Toch waren ze nog wat jong voor de verkenners. BP dacht hierover na, hij wilde voor hen ook een leuk spel maken. In 1916 had hij het gevonden: het welpenspel met akela, baloo, bagheera, ... Gebaseerd op het “junglebook” van Rudyard Kipling. Volgens dezelfde principes maar in een totaal verschillend kader.

Op de wereldjamboree van 1937 te Vogelenzang in Nederland merkte iedereen dat wat BP zelf getuigde, dat het wellicht zijn laatste jamboree zou zijn. Op het einde van de jamboree deed BP zijn vaarwelboodschap. Niet één van de aanwezigen was niet ontroerd door deze pakkende woorden van de World Chief Scout en toen hij afsloot met zijn “Nu, vaarwel. God zegenen u allen.”, zag je tussen de omstanders meer dan één traantje wegpinken.

BP zijn volledige boodschap als afscheid naar de wereld toe :

“We zijn aan het eind van deze jamboree gekomen en het schijnt wel of hij gisteren begonnen is. Jullie hebben allen vele vrienden gemaakt, en dat is goed, want dat is het doel van deze jamboree. We zijn een jongerenkruistocht voor vrede. En zoals onze vaderen uitvaarden met behulp van de Jacobsstaf, zo ook gaan wij terug de wereld in met deze Jacobsstaf.”
“Iedereen draagt het kenteken op haar/zijn hemd; bewaar het als herinnering aan deze gelukkige dagen, en tevens als een herinnering aan het doel dat wij ons voorstellen: VREDE!! Moge het u ook steeds herinneren aan de 10 punten van de scoutswet en u helpen steeds goede wil en vriendschap te maken. Zo doet u uw plicht tegenover God en vaderland. Nu vaarwel! God zegenen u allen!”


Zo was het dat hij het zei. Nu kwamen de dokters tussen al het plezier en stuurden hem onmiddellijk naar Afrika, de bakermat van scouting, waar hij 62 jaar geleden voor het eerst voet aan wal had gezet en vanwaar hij niet meer zou terugkeren. Op 8 januari 1941 werd het bericht de wereld ingezonden dat Lord Robert Baden Powell of Gilwell, de World Chief Scout, op 84-jarige leeftijd overleden was. Begeleid door scouts en soldaten werd hij aan de voet van de Kenyaberg, in het land waar hij zoveel van hield, begraven. Voor zijn dood schreef hij nog 3 afscheidsbrieven: één gericht aan de Scouts, één gericht aan de Gidsen en één gericht aan alle mensen. Op de grafzerk staat tussen de kentekens van de scouts en gidsen dit gebeiteld :

 
226e FOS De Leeuwerik - Tieltsesteenweg 105b 9900 Eeklo info@deleeuwerik.org