* Samenstelling patrouille
* Morse
* Kampsignalen
* SeinenPL = Patrouille Leider. De PL heeft de algemene leiding over een aantal personen dat samen een patrouille vormen. De PL vertegenwoordigt haar/zijn patrouille en de meningen op de PL - raad bij de leiding. Zij/hij is eveneens verantwoordelijk voor de patrouille bij het uitvoeren van de verschillende taken en activiteiten. De PL verdeelt de taken en zorgt ervoor dat ze goed worden uitgevoerd want zij/hij is ten slotte de eindverantwoordelijke naar de leiding toe.
APL = Assistent Patrouille Leider. De APL is de “rechterhand” en de plaatsvervanger van de PL. De APL helpt de PL in haar/zijn beslissingen en het uitoefen van haar/zijn eindverantwoordelijkheid. De APL besteedt bijzondere aandacht aan de nieuwkomers binnen haar/zijn patrouille.
Eerste scouts. Deze persoon is plaatsvervanger van de APL en zelfs in het slechtste moment van de PL. In de patrouille staat deze persoon naast de PL die aan het begin staat van de patrouille. De APL staat als laatste in de rij. De eerste scouts werkt nauw samen met de materiaalmeester en is eindverantwoordelijke voor artikels over haar/zijn patrouille. Dit wil uiteraard zeggen dat zij/hij niet telkens een artikel moet schrijven maar er wel moet voor zorgen dat er één artikel wordt geschreven.
Materiaalmeester. De naam zegt het zelf, deze persoon is verantwoordelijk voor het materiaal van de patrouille en wordt aangeduid door de PL. Deze persoon is verantwoordelijk voor het onderhouden van het materiaal van haar/zijn patrouille. De materiaalmeester is ook verantwoordelijk voor het EHBO – kistje wanneer er een uitstap is.
Wat moet je kennen en kunnen?
* Het morsealfabet kennen en kunnen gebruiken
* De morsecijfers kennen en kunnen gebruiken
* Kunnen seinen met vlagjes
* Kunnen seinen met een fluitje
* De opstelling van een morsebericht kennen en kunnen gebruiken
* De extra morsetekens voor een morsebericht kennen en kunnen gebruikenHet morsealfabet:
Elke letter van het morsealfabet heeft een geheugenwoord waarbij elke lettergreep een teken is in het morseteken.
Een punt (●) is een lettergreep zonder een “O - klank” en een barre ( ― ) is juist een lettergreep waar de letter “O” in voorkomt.
Letter Geheugenwoord Morseteken Cijfer Morseteken A Atoom● ― 1 ● ― ― ― ― B Bokkewagen― ● ● ● 2 ● ● ― ― ― C Coca - Cola― ● ― ● 3 ● ● ● ― ― D Do - ri - mi― ● ● 4 ● ● ● ● ― E Eik● 5 ● ● ● ● ● F Fabiola● ● ― ● 6 ― ● ● ● ● G Grootmoeder― ― ● 7 ― ― ● ● ● H Hindernissen● ● ● ● 8 ― ― ― ● ● I Iemand● ● 9 ― ― ― ― ● J Jabonovo● ― ― ― 0 ― ― ― ― ― K Kolenschop― ● ― L Limonade● ― ● ● M Moto― ― N Nota― ● O Oorlogsvloot― ― ― P Papschoolloper● ― ― ● Q Qoqoriqo (Kokorico)― ― ● ― R Revolver● ― ● S Sikkepit● ● ● T Tom― U Uniform● ● ― V Valpariso● ● ● ― W Wagonloos● ― ― X Xo - ca - de - ro― ● ● ― Y York blijft toch York― ● ― ― Z Zorrowapen― ― ● ●
Extra morsetekens voor een morsebericht:Zender Morseteken Begin bericht ― ● ― ● ― Fout geseind ● ● ● ● ● ● ● minstens 7 puntjes Einde bericht ● ― ● ― ● Ontvanger Klaar ― ● ― letter K, enkel seinen na oproep zender. Begrepen ― seinen na elk ontvangen bericht . Niet begrepen ● ● ― ― ● ● letters IMI, herhaal het volledige woord . Een voorbeeld van een morsebericht zal meer duidelijkheid geven: Zender ― ● ― ● ― begin bericht, herhalen met 10 tellen tsspauze tot ontvanger 'klaar' seint door de letter K . Ontvanger ― ● ― klaar, ontvanger is klaar en kan notitie nemen . Zender ― ● ● / ● ● / ― // Zender begint met het bericht te seinen, 1 schuine streep geeft het einde van een letter weer en 2 schuine strepen is het einde van een woord. Ontvanger ― Begrepen, de ontvanger seint 'begrepen' als zij/hij iets bruikbaars heeft ontcijferd uit het bericht , zoniet seint men 'niet begrepen' IMI Zender ● ● / ● ● ● // Zender seint volgend woord.
Ontvanger ● ● ― ― ● ● IMI 'niet begrepen', de ontvanger heeft niets bruikbaars kunnen ontcijferen uit het bericht Zender ● ● / ● ● ● // Zender seint vorig woord duidelijk (traag) terug Ontvanger ― Begrepen. Zender ● / ● / ― ● // Zender seint volgend woord Ontvanger ― Begrepen Zender ― / ● / ● ● ― / ― //
Zender seint volgend woord, zender stelt vast dat zij/hij gemist heeft. Zender ● ● ● ● ● ● ● Fout geseind, zij/hij laat dit weten door minstens 7 puntjes na elkaar te seinen Ontvanger Schrapt het laatste ontvangen morsebericht, dit meestal het laatste woord. Zender ― / ● / ● ● ● / ― // Zender seint vorig woord opnieuw Ontvanger ― Begrepen Zender ● ― ● ― ● Einde bericht Ontvanger Ontvanger seint niets terug na 'einde bericht' Wat moet je kennen en kunnen?
* De kampsignalen kennen en leren gebruiken
* De functies kennen van een patrouilleOpmerking : wanneer je iets wil duidelijk maken wordt er altijd eerst aandacht gefloten en kort daarna het gewenste kampsignaal. Zie ook verder in deze cursus bij het deeltje morse.
Wat? Kampsignaal Aandacht ― Opstaan ― ― ― Verzameling ― ― ― ― Fourage ● ● ― ● Inspectie ● ● Stilte ● ● ● EHBO ● ● ● ● PL's ● ― ― ● Leiding ● ― ● ● Kantine ― ● ― Verslag ● ● ● ―Rokers ● ― ● Bij het seinen zijn er steeds 2 personen nodig per ploeg en er zijn minstens 2 ploegen nodig om te kunnen seinen. De ploeg die zendt, bestaat uit één iemand die het bericht leest en één iemand dat het bericht seint. De ander ploeg, de ontvanger, bestaat uit een persoon die het seinen opvangt en terugseint en een persoon die het morsebericht op schrijft in gewoon alfabet.
Seinen met vlagjes:
De beginpositie is het houden van de vlagjes (in elk hand één vlagje) verticaal naast je lichaam (Foto A). Een punt wordt geseind met 1 vlagje en dit door het rechter vlagje voor de zender (Foto B) omhoog te houden. Een barre wordt geseind met 2 vlagjes (Foto C).
![]()
![]()
Na elke geseinde letter wacht de zender 3 tellen om alvorens door te gaan met de volgende letter en dit doe je door de beginpositie aan te nemen. Wanneer men een woord heeft geseind, kan men best eens afzwaaien. Dit gebeurt na de laatste letter van het woord door de beide vlagjes verticaal van boven het hoofd naar beneden te zwaaien tot je de beginpositie terug hebt aangenomen (Foto D, E en A).
![]()
![]()
Seinen met fluitje:
Hier zijn geen posities nodig enkel dat je duidelijk een verschil moet maken tussen een punt (korte toon) en een barre (langere toon). Na elke letter wacht men 3 tellen om dan door te gaan met de volgende letter. Bij het einde van een woord wacht men minstens 6 tellen om duidelijk te maken en een verschil te hebben met de tussenpauze van een letter. Bij het gebruik van een fluitje is bij de beide ploegen niet echt een tweede persoon nodig, iedereen bekijkt haar/zijn situatie wat zij/hij doet.