Spoortekens

Wat moet je kunnen en kennen?

* Beginspoor
* Te volgen weg
* Versnelde pas
* Verboden weg
* Verkeerd spoor
* Gevaar
* Onbewoond kamp
* Bewoond kamp
* Ondrinkbaar water
* Drinkbaar water
* Hindernis
* Splitsen
* Zoekopdracht (cirkel)
* Zoekopdracht (vierkant)
* Eindspoor

Beginspoor


Drie cirkels van groot naar klein. De kleine cirkel duidt de wandelrichting aan.




Te volgen weg

Een dikke streep met op het uiteinde een pijl. De pijl duidt de wandelrichting aan. Verschillende variaties op dit spoorteken.


  
Versnelde pas

Een dikke streep met op het uiteinde twee pijlen.
De pijlen duiden de wandelrichting aan en wijzen erop dat men moet versnellen tot aan het volgende spoorteken.



Verboden weg


Waar men niet mag inslaan wordt door een dik kruis aangetoond. Dit spoorteken wordt ook wel “taboe” genoemd.



Verkeerd spoor


Wanneer men op het verkeerde pad is, wordt dit spoorteken gebruikt.
De “Z” met op de twee uiteinden telkens een pijl, wordt ook wel “dwaalspoor” genoemd.



Gevaar

Gevaar wordt door een driehoek weergegeven. Dit spoorteken staat nooit alleen.
Er zal altijd een te volgen weg of iets dergelijks bijstaan om de verdere wandelrichting aan te duiden.



Onbewoond kamp


Dit wil zeggen dat het aangeduide gebouw, kampterrein, kampverblijf niet bewoond is.


Bewoond kamp

Dit wil zeggen dat het aangeduide gebouw, kampterrein, kampverblijf bewoond is.


Ondrinkbaar water

Dit spoorteken duidt dus aan dat het water in de buurt niet drinkbaar is.

Drinkbaar water

Dit spoorteken duidt aan dat er hier drinkbaar water te vinden is.

Hindernis

Dit spoorteken duidt erop aan dat er een hindernis moet worden overgestoken. Hier gaat meestal over een dwarsliggende weg.


Splitsen

Dit spoorteken duidt aan dat er gesplitst moet worden in het nest/patrouille.
Afhankelijk van het aantal personen splits men naar het aangeduide getal op het spoorteken.
Verschillende variaties op dit spoorteken mogelijk.





Zoekopdracht (cirkel)

De cirkel duidt aan dat het in de omgeving is en het cijfer de omtrek. Zoeken in de omgeving met een maximum omtrek van 20 meter.
Het middelpunt is steeds het spoorteken. Hier moet men dus zoeken in de omgeving en dit max. 20 meter in de omtrek.



Zoekopdracht (vierkant)

Het vierkant duidt de richting aan (de pijl) en hoe ver het is (het getal in de onderste driehoek).
Het tweede getal duidt de hoogte aan (dit in de meest linkse driehoek).
Hier moet men 3 meter naar rechts zoeken en dan 2 meter in de hoogte.



Eindspoor

Drie cirkels in elkaar duiden aan dat dit het einde is van de spoortocht.