Kamperen

* Mes, Bijl, Schop en Zaag
* Koken
*
Rugzak
* Sjorringen en knopen
* Tent
* Vuren

Mes, Bijl, Schop en Zaag

De bijl kunnen hanteren op een veilige manier:

Een bijl is een werktuig dat iedereen wel eens gebruikt op een kamp. En we moeten je daarbij niet vertellen dat een bijl of een mes, in de handen van een ongeoefende gebruiker, altijd gevaarlijk is (voor je het weet verlies je het hoofd).


* Controleer steeds je materiaal voor je het gebruikt.
* Laat nooit materiaal rondslingeren. Zo voorkom je dat je het kwijt speelt en/of dat er iemand zich kwetst.
* Dek de scherpe delen altijd af als je het materiaal niet gebruikt (bv. bij het dragen of bij het opbergen).
*
Gebruik scherpe bijlen en zagen (een botte bijl kan afschampen en een niet scherpe zaag eist veel kracht).
* Zorg voor een opgeruimde en stabiele ondergrond.
*
Sla een bijl steeds vast in een kapblok. Hak nooit zonder kapblok. Haal een bijl elke avond binnen en laat ze niet in de kapblok zitten.

Weten hoe je moet werken met een bijl?

Het doorgeven van een bijl :

Het dragen van een bijl :



Geef een bijl met de snede naar boven en de bijlkop naar voren door. Draag de bijl met de bijlkop in de hand en de snede naar voren. … zo voorkom je verwondingen als je valt of de bijl per ongeluk los laat.

 


* Hak een balk of stam steeds in een V-vorm door.
* Hak takken vanaf de buitenkant van de vork af, niet vanaf de binnenkant.
* Zorg dat je beide benen aan de veilige kant staan van de boomstronk.
* Wanneer men hout hakt op een kapblok staat men steeds met de benen open.
   Zo voorkom je verwondingen wanneer men zou uitschieten of naast de blok hout kapt.
* Er staat niemand voor de persoon die hout aan het hakken is.

De eigenschappen en het gebruik van een zakmes kennen.:

Denk eraan dat je je mes aanschaft voor praktische doeleinden en niet als vorm van machtsvertoon. Knipmessen, vlindermessen, dolken, … zijn dus uit den boze en verboden binnen onze werking.
Een goed zakmes is waarvan het lemmet (het mes zelf) niet groter is dan je handpalm.

Hou steeds de volgende regels in acht bij het gebruik van een zakmes :

* Wanneer je met een mes iets snijdt, doe je dit met de armen dicht tegen het lichaam gedrukt.
* Snij van het lichaam weg en er nooit naartoe.
* Gooi nooit met een mes.
* Hak, zaag, … nooit met een mes.
* Steek je mes nooit in de grond! Het kan enkel maar roesten en het wordt bot.
* Berg direct na gebruik je zakmes op.

Het gebruik van een schop kennen:

Je gebruikt een schop op graszoden te spitten, om grachtjes te graven rond je tent, een afgietput te graven, de put voor de HUDO, …
Een schop dient dus niet om takjes van de bomen te slaan, om hout door te kappen, om tentpiketten of haringen in te slaan, …

Hou steeds de volgende regels in acht bij het gebruik van een schop :

Plaats een schop, desnoods met behulp van je voet, lichtjes schuin in de grond en keer voorzichtig de hoeveelheid aarde om bij het spitten.
Als je voel dat je tevel kracht moet aanwenden omde grond om te keren, wring dan niet, maar stop en begin om nieuw door je schop minder diep in de grond te steken. Let daar goed bij op want de steel is zeer breekbaar waar hij vast zit met het staal van de schop.
Na gebruik de aarde van je schop vegen door middel van stukjes gras en dan droogwrijven met krantenpapier. Eventueel inwrijven met olie om roest te voorkomen maar dit is eerder de taak van de leiding.

Het gebruik van een zaag kennen:

De kleine boomzaag, die wij gebruiken, is onregelmatig getand en snijdt in beide richtingen.

Hou steeds de volgende regels in acht bij het gebruik van een zaag :

Laat een zaag gelijklopend heen en weer bewegen, zonder veel kracht uit te oefenen.
Leg het voorwerp dat je wilt doorzagen niet op de grond maar op een ezel of haaks over een boomstam.
Na gebruik, de zaag ontspannen, reinigen, invetten en bedekken met een hoes of krantenpapier.
Het vijlen en rechtzetten van de zaag laten wij over aan vakmensen.


Koken

Koffie en tee kunnen zetten:

Wees er zeker van dat je drinkbaar water gebruikt! Ben je niet zeker van het water gebruik dan steeds water uit flessen.

Pas, met behulp van een tas, de nodige hoeveelheid water af in een ketel. Voorzie daarbij iets meer water dan de hoeveelheid koffie of thee die je wilt bekomen. Water moet koken en bij het koken verdampt er water daarom extra water bij je gewenste hoeveelheid doen.

Verwam de ketel met het deksel erop. Met een deksel op de ketel verlies je geen 40% van je warmte en de kans da er vuilte in je ketel komt is ook veel minder.

Hoeveelheid koffie : 20mg per tas wat gelijk staat aan één afgestreken soeplepel.
Hoeveelheid thee : 1 theebuiltje per tas.

Eieren kunnen koken en/of bakken:

Enkele tips om dit tot een goed einde te brengen :

* De eieren boven – en onderaan doorprikken vooraleer ze, met behulp van een pollepel, in het kokend water te leggen.
* Kooktijd voor eieren gaat van vijf minuten (zacht eitje) tot acht minuten (hard eitje).
* Plaats de pan op de gloeiende as en niet op een brandend vuur, zo voorkom je dat de vlam in de pan slaat.
* Blaas nooit in het vuur, terwijl een pan of een ketel open staat op het vuur.
* De kok blijft steeds bij zijn vuur.

Tafelmanieren kennen en naleven:

Tafelmanieren zijn niet enkel de regels die je van thuis uit krijgt maar deze manieren zijn ook zaken waar je als jongeren niet echt bij stil staat. Pas deze tafelmanier steeds toe en het koken zal een plezier worden zowel voor jou zelf als voor de andere.

* Alle eetwaren worden op een koele en schaduwrijke plaats bewaard.
* Wie er kookt zorgt voor nette en reine handen.
* Zet alles klaar wat je steeds nodig hebt zoals zout, peper, boter, suiker, …
* Braden doet men steeds bij gloeiende as en niet bij brandend vuur.
* Er blijft steeds iemand bij het vuur en eten.
* Men zet niets op de grond, alles op de tafel of op het aanrecht.
* Men eet met mes en vork.
* Mondjes toe bij het eten. Wansmakelijke vertellingen of doeningen om anderen hun eetlust te belemmeren doen wij niet.
* Ouderen worden eerst bediend.
* Iedereen blijft aan tafel tot iedereen gedaan heeft met eten.
* Steeds bikken vooraleer te eten.

Rugzak

Een rugzak voor een dagtocht behoorlijk kunnen inpakken:

Met een rugzak bedoelen we het model voor trektochten/hike met een lichtgewicht draagstel.
De inhoud moet voldoende groot zijn, bij voorkeur verdeeld in twee of drie onderdelen, aangevuld met kleinen zijzakken.
Neem ook geen te grote rugzak, daar heb je meer last van dan plezier.

Wat neem je mee voor een dagtocht, een tweedaagse/hike? :

Kledij

* Regenvest
* T – shirt
* Korte broek
* Extra kousen
* Zwemgrief

Eten en drinken

* Bord en bestek
* Een drinkbeker

Wassen

* Handdoeken en washandje
* Toiletgrief

Allerlei

* wc – papier
* Zakmes
* Schrijfgerief
* Zakgeld
* Lucifers
* EHBO – materiaal

Het inpakken van je bagage doe je in volgorde van gebruik. Wat je eerst zou kunnen nodig hebben leg je steeds bovenaan.
Het is ook aangewezen om in je rugzak de zwaardere dingen zo hoog mogelijk in te pakken.

Voorbeeld van hoe je een rugzak klaar maakt :

Onderaan de rugzak  steek je de slaapzak. Met een plastiek zak erover heen kan deze niet nat worden. Je kan hierbij ook eventueel een lichtgewicht hoofdkussentje bij steken of een opblaasbaar kussentje indien je dat graag hebt.

In het middelste deel van de rugzak kan je dan in een plastiekzak je kleding steken. Deze leg je zogezegd boven op je slaapzak. Daarop je EHBO kit. En daar bovenop je je pannensetje. Voor deze kan je dan ook nog je twee flessen van 1liter (SIGG) tussen steken.

Daar boven steek je in een goed afgesloten zak je voedsel dat je voor die avond nodig hebt of voor je ontbijt de dag nadien. Meestal is dit droog voedsel dat men met water moet koken.
In het bovenste gedeelte steek ik dan mijn lichtgewicht tentje om te kamperen of zeiltje om te bivakkeren.

In de top van de rugzak steken we meestal wat fotorolletjes of kleine spullen in het binnenste kleine zakje. En aan de buitenste de hoofdlamp, poncho of regenjas.




<< Regenkledij, zaklamp

<< Tent, zeiltje



<< Voedsel, kookset
<< EHBO – materiaal



<< Kledij



<< Slaapzak





Draagriemen van je rugzak correct kunnen aanpassen:

Een goede rugzak beschikt over drie draagriemen : twee schouderriemen en één buikriem.

* De buikriem dient om het gewicht te verdelen over de schouders en de heupen.
* De draagriemen zijn zo breed mogelijk en mogen niet fronsen als de rugzak éénmaal geladen is.
* De riemen moeten ook dik genoeg zijn.
* Als het draagstel te lang is, dan zal de heupband te laag komen te zitten.
* De rugband dient om te vermijden da de buizen van het draagstel je hinderen bij het wandelen.
Daarom moet deze kunnen bijgeregeld worden en bij voorkeur gemaakt zijn uit een stof, die transpiratievocht doorlaat.

Oefen je alvast in het aanpassen van alle draagriemen, want niets is zo vermoeiend dan wandelen met een rugzak, die niet gemakkelijk zit.

Eén uur aan een stuk met een rugzak wandelen:

Dit deeltje van je teervoet zal wel gebeuren op kamp tijdens de hike.

Sjorringen en knopen

Een kruissjorring kunnen maken:

Deze sjorring dient om twee palen aan elkaar te sjorren die ongeveer een rechte hoek moeten vormen. De kruissjorring begin je met een timmermanssteek die onderaan de kruissjorring op de vaste paal begint. Het oog van de timmermanssteek bevindt zich dan aan de rechterkant. Je vertrekt met je touw recht uit het oog.



Je slaat het touw drie keer om de palen heen, zoals in de tekening is aangegeven. Bij de losse paal worden de slagen naar binnen toe gelegd, en bij de vaste paal naar buiten toe. Telkens na een omwinding stevig aantrekken.



Daarna ga je woelen. Je slaat het touw tussen de palen door om de omwindingen heen. Elke woeling trek je weer strak aan door eventueel je voet te gebruiken. De drie woelingen leg je naast elkaar. Je werkt van de vaste paal naar de losse paal toe.



Tot slot werk je de sjorring af met een mastworp, gevormd door twee halve steken op de losse paal, en dit vlak na het woelen.

De volgende knopen kennen en kunnen gebruiken:

* De achtsteek
* De platte knoop
* De weversknoop
* De mastworp
* De timmermanssteek


de achtsteek:

De achtsteek wordt gebruikt om een verdikking in het uiteinde van een touw te maken, zodat je er houvast aan hebt of zodat je er een spanner kan aan bevestigen (scheerlijn).

Deze steek is makkelijk los te maken. Hij wordt gebruikt tegen het uitrafelen van sjortouw en wordt ook veel aan boord van zeilboten aangewend.




de platte knoop:

De platte knoop is bedoeld om twee einden van gelijke dikte met elkaar te verbinden. Als er veel kracht op de koord komt te staan, is de knoop zeer moeilijk los te maken en bovendien onbetrouwbaar. In dat geval kun je beter de schootsteek gebruiken.


Als er veel kracht op de knoop heeft gestaan, kun je de knoop proberen los te krijgen door de knoop te breken. Je probeert de lus open te trekken door de uiteinden uit elkaar te trekken.


De weversknoop of schootsteek:


De schootsteek komt uit de zeilvaart. Ze werd gebruikt om lijnen vast te maken aan een zeil, waar een oogje was gemaakt. De schootsteek is bedoeld om twee lijnen van ongelijke dikte aan elkaar vast te maken. Ook als er veel kracht op de steek heeft gestaan, gaat deze vrij eenvoudig weer los. De dikste lijn vormt de lus. De dunnere lijn gaat dan door de lus heen. Hoewel de diktes van de touwen ongelijk zijn, moeten ze niet al te veel verschillen. Je moet dus niet een sjortouw met een schootsteek aan een dikke kabel bevestigen.

Zorg er voor dat de uiteinden van de beide lijnen aan dezelfde kant zitten als in de tekening.
Komen de uiteinden tegenover elkaar te liggen, zoals bij de linkse schootsteek, dan is de steek minder veilig. De linkse schootsteek kan gemakkelijk losschieten.



de mastworp:


De mastworp wordt gebruikt om een touw aan een paal vast te maken, het is het begin van onze meeste sjorringen. Je kunt een mastworp op verschillende manieren maken. De eerste manier zie je hieronder.
Een andere manier is het "oprapen" van een mastworp. Je maakt twee lussen in het touw en die lussen schuif je over de paal heen. Hoe dat in zijn werk gaat, zie je op de volgende tekeningen.


De timmermanssteek :

De timmermansteek wordt gebruikt om snel even een touw aan een paal vast te maken, zodat je de paal kunt hijsen of slepen. Je kunt de paal dan gemakkelijk en snel verplaatsen.

Je draait het uiteinde van het touw een aantal malen om zichzelf heen bij de gevormde lus. De lus schuif je om de paal heen.

 

 




Tent

Piketten en haringen op de juiste wijze kunnen inslaan:

Een piket sla je in met je rug naar de tent en met de benen gespreid. Het inslaan gebeurd ook slechts met één hand.
Zorg dat de ingeslagen piket een hoek van ongeveer 45° heeft ten opzichte van de grond. Sla telkens de piketten op één lijn van een tent.

Weten hoe je een tent moet onderhouden en verzorgen:

Er zijn verschillende zaken, tijdstippen, … waar je rekening moet mee houden :

‘s Morgens

* Wanneer bij het opstaan de tentmuurtjes droog zijn deze naar binnen oprollen.
* Het grondzeil dagelijks afborstelen. Halverwege het kamp het tentzeil naar buiten trekken, omkeren, laten drogen en terug binnen leggen.
* Dekens en slaapzakken opplooien en aan het bed – of matrasuiteinde leggen.
* Spankoorden aantrekken.
* Nazien of alle haringen nog vastzitten.
* De ganse tent in orde brengen.

’s Avonds

* Bij zonsondergang de tentmuurtjes neerlaten en deuren sluiten.
* Spankoorden lichtjes ontspannen, vermits de nachtelijke vochtigheid deze doet inkrimpen.

Bij regenweer

* Spankoorden ontspannen.
* Tentmuurtjes neerlaten en deuren sluiten.
* Het tentzeil niet aanraken van binnen in. Ook niets tegen het tentzeil plaatsen.

Bij hevige wind

* Spankoorden (niet te hard) aanspannen.
* Tentpiketten en haringen stevig inkloppen en controleren.

Opmerking : Bij het verlaten van het terrein er steeds voor zorgen dat alle tenten gesloten zijn.

Zorg dragen voor het tentmateriaal:

Denk eraan dat alles wat rechtstreeks op de grond staat vochtig wordt : voorwerpen, die metaal bevatten zoals hamers, zagen, bijlen, piketten, … zullen daardoor gaan roesten. Ander materiaal zoals stof en andere textielgoederen zullen gaan rotten.

Piketten en haringen dienen na gebruik grondig gekuist te worden voor het voorkomen van roest. Deze moeten ook steeds op de juiste plaats bewaard worden zoals in een pikettenkist.

Tenten moeten volledig droog zijn, vooraleer ze opgeborgen worden. Kan dit niet op kamp zelf, dan moeten de tenten achteraf, zo rap mogelijk, terug opgezet worden tot ze volledig droog zijn alvorens de tenten op te bergen.

Vuren

Brandhout aanleggen voor twee maaltijden:

Verzamel op voorhand voldoende hout, zodat je je brandend vuur niet alleen moet laten om hout te gaan zoeken. Kies voor droog en dor hout.
Al het hout, dat je kunt buigen, omdat er nog sap inzit, is “groen hout” en geeft bij het verbranden enkel rook en geen voldoende warmte.

Om het vuur aan te steken gebruikt je dun hout, sprokkelhout, … Altijd een piramide bouwen met een kern van papier en karton. Wanneer je het vuur aansteekt en de vlammen nemen het sprokkelhout in dan leg je grotere blokken op het vuur om dit brandend te houden.

Bij regenweer, als het sprokkelhout nat is, ga je best schilfers afsnijden van dikker hout. Deze schilfers vatten gemakkelijker vuur en éénmaal goed brandend zal het nat hout wel droog worden en branden.

Opmerking : Het is niet de vlam meer de gloeiende as die de hitte oplevert.

Weten hoe je een vuur moet doven:

Besprenkel het vuur met water en zand. Indien er nog grote houtblokken aan het branden zijn, verspreid deze en doof ze elk één voor één met voldoende water.

Begraaf geen brandende houtblokken of gloeiende as.

Indien er, ondanks alle voorzorgsmaatregelen, toch brand zou uitbreken, probeer het vuur dan te doven met water of aarde en sla het brandende gras uit met dun “groen hout” of stamp dit uit met je schoenen.
Probeer niet langer dan vijf minuten het vuur zelf te doven of zie je dat het echt snel uitbreid stop dan en breng je eigen in veiligheid. Verwittig steeds de brandweer en de nodige hulpdiensten wanneer je ziet dat er professionele hulp nodig is.

Verlaat nooit een vuur tot je zeker weet dat het volledig gedoofd is.